Met het christelijk geloof zitten wij zowel in het verleden, in het heden als in de toekomst. Geloven: het is een kwestie van lange adem, waardoor we het uithouden in de tijd.
In de liturgie komen de bijbelse teksten uit het verleden. Het evangelie is 2000 jaar oud. De oudste teksten van de Bijbel gaan zeker tien eeuwen verder terug in de tijd. Ze brengen verhalen over Abraham en de patriarchen, over Mozes en de uittocht en ze bevatten beschouwingen over de oergeschiedenis. Het eerste boek van de Bijbel is het boek Genesis, dit wil zeggen over het begin en de wording. Het laatste boek is het boek van de Openbaring, over de eindtijd, over de voltooiing van de geschiedenis. De Bijbel kijkt naar het verleden en de toekomst en is een woord van leven voor het heden.
Op deze zondag wijst de schrijver van de brief aan de Hebreeën naar de figuur van Abraham en Sara. Zij worden in de lezingen opgeroepen als voorbeelden van mensen, die leefden vanuit de belofte voor de toekomst. Ze vertegenwoordigen het verlangen van de gelovige Israëliet naar een beter vaderland, naar een stad die voor hen ligt. Zij zien uit naar de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en de bouwer is. Zij leven niet vanuit een heimwee naar wat achter hen ligt.
De Hebreeënbrief is geschreven in tijden van vervolging en beproeving. De auteur van de brief prijst het geloof van Abraham en Sara. Zij zijn figuren die met vele anderen leefden van de belofte, waarvan ze de vervulling niet hebben gezien.
In het boek Wijsheid is er een eresaluut aan Mozes en aan de mensen die de uittocht uit Egypte hebben meegemaakt. Zij stonden paraat zoals Mozes hen had gevraagd om het paaslam te eten en dan het avontuur van de overtocht te wagen. Zij krijgen het compliment omwille van hun solidariteit om samen op te trekken, het goede met elkaar te delen en samen de gevaren te trotseren. “De vrome dienaren van het goede volk brachten hun offers in het verborgene. Eensgezind namen de heiligen het goddelijke gebod in acht dat zij moeten delen in elkaars voor en tegenspoed. Zo konden zij al van tevoren hun lofliederen van onze voorouders aanheffen” (Wijsheid, 18,9).
De lenden omgord
Jezus zegt aan zijn apostelen dat ze de lenden moeten omgorden. Hij bereidt tijdens zijn tocht naar Jeruzalem zijn leerlingen voor op de toekomst. Hij zal in Jeruzalem sterven. Zijn leerlingen zullen zijn zichtbare aanwezigheid missen, maar zij zijn gehouden aan hem trouw te blijven en stand te houden tot hij wederkeert. Ze moeten waakzame mensen zijn. Lucas zegt het door aan de jonge kerk en aan ons.
Houdt uw lenden omgord. Dit woord van het evangelie is een duidelijke verwijzing naar de nacht van de Exodus, waar ze het geroosterde lam aten met ongedesemd brood en bittere kruiden. “Zo moeten jullie het eten, met je gordel om, je sandalen aan, en je staf in de hand, in grote haast” (Ex. 12,11). Met de gordel de mantel en de tuniek optrekken, dit vergemakkelijkt het stappen en het werken.
De uittocht had plaats in de nacht. De verrijzenis van Jezus, ze had ook plaats in de nacht. Zal de wederkomst ook in de nacht gebeuren? We moeten de lamp gereed hadden, zoals Jezus het aangaf in de parabel van de wijze en de onbezonnen meisjes.
Het wachten van de christen in de tussentijd is geen afwachten, maar vergt een alerte houding. De gedachte aan de wederkomst is zwak aanwezig in het bewustzijn van de christen. Al verkondigen we nochtans elke dag dat Jezus die gestorven is en verrezen, dat hij nu leeft en zal wederkomen.
Maar het besef van de eindigheid van het leven kunnen we niet naast ons leggen. Dit gaf Jezus mee in zijn verhaal over de man met de grote schuren. Jezus waarschuwde zijn leerlingen dat niet al het gewicht en het belang mag liggen op bezit. Zorg dat je denken en doen gericht is op een goede schat. “Waar is je schat?” vroeg paus Franciscus aan de Gentse ploeg die hem in 2014 mocht interviewen, De schat is niet wat ik in bezit heb en opstapel, maar ze ligt in wat ik voor anderen kan betekenen en van anderen mag ontvangen.
De bruidegom komt
Wat dit wachten inhoudt, dit verklaart Jezus in zijn gesprek met zijn leerlingen. Het is vertrouwen hebben, niet vrezen, niet steunen op wat ons kan afgepakt worden. We zullen een schat opbouwen die niet verderft. Het is bidden en het goede doen. Het is meehelpen aan de opbouw van een stad van humaniteit, van vrede en gerechtigheid. Jezus geeft aan dat wij vertrouwen mogen hebben en dat hij komen zal en dat hij ziet en waardeert wat wij doen.
Toch zijn dit geen gemakkelijke woorden als we denken aan mensen in nood, aan christenen in Sri Lanka en Burkina Faso, aan mensen in oorlogsgebieden en in armoede. Er zijn zoveel plaatsen waar het nacht en donker is. Hebben we daar de brandende lamp in de hand?
Jezus geeft ons hoop. Hij verzekert ons dat de Bruidegom zal komen. Ja, we wachten op de koning (ZJ 129). Door ons bidden en werken in verbondenheid kunnen we het volhouden in de tijd, die langer is dan deze van onze eigen levensduur, langer nog dan de eeuwen van de mensengeschiedenis.
Eugene Peterson (1932-2010), theoloog van de presbyteriaanse kerk in VS, schreef het boek Een Zaak Van Lange Adem. Daarin geeft hij volgende gedachten mee: “Het leven in navolging van Jezus Christus is niet even een sprintje trekken. Het heeft meer de kenmerken van een marathonloop. Het vraagt een langdurige inzet en karakter om - met het juiste doel voor ogen - allerlei tegenslagen en zwakke momenten te weerstaan. Het vraagt een lange adem.
Velen hebben voorspeld, dat het christendom geen lang leven beschoren zou zijn. Maar ruim 2000 jaar later zijn er nog steeds mensen, die in Jezus God de Vader herkennen en Hem navolgen. Het christendom kent een lange adem.”
Eugene Peterson geeft in zijn boek aan wat er voor discipelschap nodig is. Hij benadrukt daarbij het belang van bijbellezen en bidden. “Bijbellezen en bidden als de benodigde ademhaling voor de lange weg van navolging. De benodigde lange adem is Gods adem. Gods Geest.” (Geplukt op internet).
Onze God omspant verleden, heden en toekomst. Hij is van alle tijden. In elke tijd zijn er tekenen van zijn aanwezigheid. In elke tijd klinkt de oproep om te werken aan het heden en de toekomst in eerbied voor wie ons zijn voorgegaan. Zoals Maria aan de voeten van Jezus zoeken we naar het enige noodzakelijke en zoals de Barmhartige Samaritaan gaat onze zorg om wie gekwetst is.
In zijn brief over de Vreugde van het Evangelie spreekt paus Franciscus over de betrokkenheid van de christen bij het algemeen welzijn en de sociale vrede. Hij geeft daarvoor vier principes aan. Tijd gaat boven ruime; eenheid gaat voor conflict, de werkelijkheid is belangrijker dan de idee. Het geheel gaat boven het deel. Hij ontwikkelt het eerste principe als volgt en hij ondersteunt ons daarmee wanneer we optreden als wachters van de tijd (ZJ 556).
Tijd gaat boven ruimte
223 Dit principe maakt het mogelijk op lange termijn te werken zonder de obsessie van onmiddellijke resultaten. Het helpt moeilijke en ongunstige situaties of de veranderingen in de plannen die de dynamiek van de werkelijkheid oplegt, te verdragen. Het is een uitnodiging om de spanning tussen volheid en beperking te aanvaarden door aan de tijd prioriteit te geven. Één van de zonden die men soms ontmoet in de sociaal-politieke activiteit, bestaat erin de ruimte van de macht voorrang te geven boven de tijd van de processen. Voorrang geven aan de ruimte leidt ertoe dat men er gek van wordt om alles op het huidige ogenblik op te lossen, om te trachten bezit te nemen van alle ruimte van de macht en zelfbevestiging. Het betekent de processen te kristalliseren en de pretentie te hebben deze tot stilstand te brengen. Voorrang geven aan de tijd betekent zich meer bezig houden met het beginnen van processen dan met het bezitten van ruimte. De tijd ordent de ruimte, hij verlicht haar en verandert haar in een schakel van een keten in voortdurende groei, zonder weg terug. Het gaat erom de voorrang te geven aan activiteiten die een nieuwe dynamiek in de maatschappij voortbrengen en andere personen en groepen erbij betrokken die ze zullen voortzetten, opdat zij bij belangrijke historische gebeurtenissen vrucht dragen. Zonder angst echter, met duidelijke en vasthoudende overtuigingen.
224 Soms vraag ik mij af wie degenen zijn die er zich in de huidige wereld werkelijk meer om bekommeren de processen leven in te blazen die een volk opbouwen, dan onmiddellijke resultaten te boeken die een gemakkelijk, snel en kortstondig politiek rendement opleveren, maar die niet de menselijke volheid opbouwen. De geschiedenis zal hen misschien oordelen naar het criterium dat Romano Guardini formuleerde: “De enige maatstaf waarmee een tijd juist beoordeeld kan worden, is de vraag in hoeverre de volheid van het menselijk bestaan zich daarin naar eigen aard en mogelijkheden ontplooit en tot echte zingeving komt”.
225 Dit criterium is ook zeer geschikt voor de evangelisatie, die vereist de horizon voor ogen te houden, met de mogelijke processen en de lange weg te beginnen. De Heer zelf gaf in zijn aardse leven zijn leerlingen vaak te verstaan dat er dingen waren die zij nog niet konden begrijpen, en dat het noodzakelijk was op de Heilige Geest te wachten.
De gelijkenis van het zaad en het onkruid belicht een belangrijk aspect van de evangelisatie, dat erin bestaat te laten zien hoe de vijand de ruimte van het Rijk kan bezetten en schade kan aanrichten met het onkruid, maar wordt overwonnen door de goede kwaliteit van de tarwe, die zich mettertijd openbaart. (Evangelii gaudium, n° 222-225).