Opdracht van de Heer - 2020

Zusters en broeders,

Wanneer een vrouw zwanger wordt, wekt dat bij haarzelf, haar familie, vrienden en kennissen heel veel wensen, dromen en verlangens op. ‘Wat zal het zijn: een jongen of een meisje? Het zal toch wel een gezond kindje zijn, zeker! Laat ons hopen dat alles meevalt, dat er bij de bevalling niets verkeerd loopt, en dat moeder en kind het goed maken.’ Het zijn wensen die we allen kennen, net zoals we de wensen en gedachten kennen wanneer een kind geboren wordt. Niet alleen de ouders, maar ook familieleden, vrienden en kennissen hopen op een mooie toekomst en een gezond leven voor die pasgeboren schat van een kind. Een kind dat zal uitblinken door zijn goed karakter, zijn vrolijkheid, zijn hulpvaardigheid, zijn knapheid, zijn gezondheid. Kortom, een kind van vrede en geluk, met een leven zonder domme en slechte dingen, zonder ziekte, zonder tegenslag. Een leven zoals we het allen zelf verlangen. 

We moeten er niet aan twijfelen dat ook Maria en Jozef vol zulke dromen en verlangens waren toen ze met hun kind naar de tempel in Jeruzalem trokken om het aan God op te dragen. Hun kind van wie ze wisten dat het geen kind was als een ander. Bij zijn geboorte in Bethlehem hadden de herders hun al een merkwaardig verhaal verteld over engelen die verschenen waren met de boodschap dat hun kind een Redder was voor het volk. Wat later waren vreemdelingen gekomen die een ster hadden gevolgd die hen bij het kind had gebracht. Ze schonken goud, wierook en mirre, en aanbaden het kind. En nu worden de ouders in de tempel opgewacht door Simeon en Hanna die in hun kind de verlossing erkennen die God aan zijn volk heeft beloofd.

Simeon en Hannah erkennen in Jezus dus de verlossing van de wereld. Daar hebben ze jarenlang naar uitgezien. De Wijzen uit het Oosten hadden een lange weg afgelegd om Jezus te vinden, en zij hebben veel geduld moeten hebben om Hem te zien. Maar de hoop en het vertrouwen van de Wijzen en de ouderlingen waren sterk genoeg om God in dat kind te erkennen. God die als een kwetsbaar mensenkind onder de mensen was gekomen.

En kwetsbaar is dat mensenkind, want het is niet niets wat Simeon voorspelt. ‘Dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen, en uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord’, zegt hij tegen Maria, en daarmee is Jezus’ leven en dat van Maria meteen uitgetekend. Jezus’ leven van bemind en gehaat worden, van volgelingen en vijanden, van lijden en dood. Maria’s leven van pijn, wanhoop en verdriet.  

En dat is een leven dat heel menselijk is. Want ook bij ons is het verschil tussen wensen, dromen en verlangens enerzijds, en de werkelijkheid anderzijds soms bijzonder groot. Immers, helemaal niet altijd wordt er een lief en gezond kind geboren met een mooie en welvarende toekomst, en helemaal niet altijd komen pas geborenen kinderen terecht in een huis vol liefde en vrede. Integendeel, miljoenen kinderen komen terecht in een moeilijke, zelfs uitzichtloze situatie. Gehandicapte kinderen, kinderen van aan drank en drugs, zelfs aan misdaad verslaafde ouders, kinderen in vluchtelingenkampen, kinderen in gebieden waar elke dag geplunderd en gemoord wordt. Kansloze kinderen van kansloze ouders in kansloze landen die elke dag het nieuws halen.

Zusters en broeders, we vieren vandaag dat Jezus in de tempel werd opgedragen aan zijn goddelijke Vader. En we vieren ook dat met Hem het licht is gekomen dat over alle volkeren straalt. Want dat is wat Jezus doet: Hij brengt licht in de duisternis. Het licht van een wereld van liefde en vrede. Dat licht straalt Hij ook over ons uit. Het zou goed zijn als wijzelf ook zo’n licht zouden zijn in de wereld. Want dat is het symbool van de brandende kaars in onze handen op dit feest dat ook Lichtmis genoemd wordt: dat we niet zouden ronddwalen in de duisternis van onwil, tegenslagen, verdriet en ellende die ons misschien al getroffen hebben, maar dat we er zouden naar streven te leven in het licht van Gods liefde en vrede, en dat we dat licht ook zelf zouden uitstralen. Amen.