Maria Lichtmis (2003)

Stel nu dat ze er niet geweest waren, ik bedoel deze twee oude mensen. Stel nu dat ze die dag hadden gezegd, "Ach, God zal het mij niet kwalijk nemen als ik vandaag een keer oversla". Stel dat Simeon die dag juist weer zo'n last had van jicht, of hoest, of dat Hanna weer zo slecht geslapen had, zodat ze dachten, "ik zal maar even wat langer blijven liggen". Stel dat Maria en Jozef hadden gedacht, waarom zouden we die lange tocht naar Jeruzalem maken, kan die plechtigheid ook niet hier in de synagoge. Stel dat Maria gedacht had, wat kan er mis zijn met mijn kind, waarom zou ik gereinigd moeten worden? Stel dat Jozef had gedacht: ‘Laten we gewoon doen, niet overdrijven'.

Het had allemaal zo anders kunnen lopen als een van hen het af had laten weten. Als Maria niet had durven vertrouwen op God, en die groet van die engel had afgewezen. Als Jozef in zijn droom Gods stem had gehoord, maar had gezegd, dromen zijn bedrog. Heel de geschiedenis van Jezus is een aaneenschakeling van kansen op mislukking. Maar het mislukt niet, Maria en Jozef voegen zich op een heel natuurlijke wijze naar de wet van Mozes. Simeon en Hanna zijn gelouterd in het leven en ze zijn op het juiste moment in de tempel.

Maar dan kan het nog steeds misgaan. Geen grote familie, geen plechtige intocht, geen trompetten en tambourijnen als de koningszoon zijn intrede doet. Maar alles is zo onopvallend, twee ouders met een baby, die hun religieuze plichten komen vervullen, verloren in dat grote complex van de tempel, met een koppel tortels als offergave.

Waar kan Simeon aan zien dat dit kleine kind een licht voor de heidenen zal zijn en een glorie voor Israël? Waaraan kan Hanna zien dat met dit kind de bevrijding van Jerusalem een nieuwe wending krijgt?

Stel dat u daar had gelopen, tussen nog een aantal pelgrims. Zoals je in Lourdes naar de grot gaat en naar de baden, of in Rome naar de Sint Pieter, je ziet slechts een echtpaar en twee oude mensen rond een klein kind.

De sleutel is de heilige Geest. Hanna heeft na de dood van haar man, haar toevlucht bij God gezocht en een leven opgebouwd van gebed, zij vindt haar vreugde in het huis van God, zij leeft sober en onthecht, zij leidt een leven van vasten en gebed. De dingen van God zijn voor haar inzichtelijk en helder geworden. Zo ook Simeon; Gods heilige Geest rust op hem. Hij is een man die leeft van de belofte, Hij verpersoonlijkt het gelovige Israël, dat leeft in de verwachting van de Komende in de Naam des Heren. Simeon is een luisteraar, zoals Noach en Abraham, zoals Mozes en David, zoals Elia en Jesaja. Luisteren naar wat God je zeggen wil. Twee gelouterde mensen die luisteren en gehoorzamen, die er zijn als ze er moeten zijn, uit vrije wil. Die komen uit trouw en in geloof, heel gewoon, steeds weer, en daarom zijn ze er ook als Jezus het huis van God wordt binnengedragen.

Maria Lichtmis, 50 jaar geleden, een dag na de watersnoodramp. Wanneer je de beelden zie en de verhalen hoor, word je je bewust van de serie toevalligheden waardoor het ene gezin het heeft gehaald en het andere niet. Op het juiste moment daar zijn waar redding is, of zeggen, ‘het zal wel loslopen, het heeft vaker gestormd, we gaan slapen.' Of dom reageren en alle geluk van de wereld hebben. Of zoals die schipper die zijn boot in het gat laat zakken en zo een nieuwe overstroming voorkomt. Of die andere schipper die door een gat vaart en met zijn boot tientallen drenkelingen het leven redt. Een reeks van toevalligheden die je mag zien, of waar je aan voorbijgaat, in het alledaagse leven en bij rampen. Wat gaat er mis bij een ruimtereis? Hoe vaak is het net goed gegaan?

Hier vandaag een processie door de kerk, het huis van God. Zomaar een weekend als andere weekends, je komt misschien uit gewoonte, uit traditie, uit trouw, of vanuit een innerlijke bewogenheid. Misschien kom je omdat Maria een bijzondere plek in je hart heeft en misschien kom je omdat je dat nu ineens in je hart kreeg.

Net als Simeon en Hanna, als Jozef en Maria. En dan lopen we langs de doopvont. Waar we de opdracht van zoveel kinderen aan God vieren, opdat ze voor altijd Gods kind mogen zijn. We lopen langs het kruis en staan stil bij het kruis dat zich ook in ons leven toont, of het kruis dat we bij vrienden en bekenden zien, en dat we mogen helpen dragen. We komen langs het tabernakel, de plaats waar je even kunt knielen, omdat Jezus ons zo'n magnifiek teken heeft nagelaten van zijn blijvende aanwezigheid. We lopen langs het altaar, waar we omheen verzameld worden voor zijn verbondsmaaltijd en waar God ons innerlijk voedt. We lopen langs het Evangelieboek en denken na over de woorden van leven die de Kerk al bijna tweeduizend jaar doorgeeft. We lopen langs het Mariabeeld, waar altijd zoveel kaarsjes branden, waar zoveel mensen een moment van troost vinden.

Gewone plaatsen, waar we wekelijks langs lopen, die zo gewoon zijn dat we ze niet meer zien. Vandaag is het een dag om er even echt bij stil te staan. Wat betekent mij doopsel voor mij? Hoe diep beleef ik dat ik Gods kind mag zijn, dat God mijn vader wil zijn, dat Jezus is gekomen als onze broer, dat God zijn Geest heeft geschonken, de Geest van het kindschap Gods. Op die dag horen Maria en Jozef opnieuw wonderlijke woorden. Een licht voor de heidenen en Glorie voor Israël. Zijn dat zomaar woorden van twee vrome oudjes, waarden waar je om glimlacht? Daar zijn Maria en Jozef te gevoelig voor. Ze staan verbaasd over deze woorden. Opnieuw woorden die Maria in haar hart zal bewaren.

Hier in de Kerk, als we de Geest de ruimte geven, horen we mooie en troostvolle woorden, maar ook woorden waaraan we ons kunnen stoten. Dit Kind is bestemd tot val of opstanding van velen, een teken dat weersproken wordt. Op dit feest mogen wij vragen om de heilige Geest, die mensen heeft gevonden die met Hem mee werken, die luisteren en daar zijn waar ze moeten zijn. Die niet terugschrikken als er wordt gezegd: een zwaard zal je ziel doorboren. Vragen wij, dat ook wij ons laten leiden door Gods geest, zodat ook wij leven uit Gods belofte en helder mogen zien dat de vervulling komt. Amen.