Lichtmis

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 362 niet laden
‘Jeugd die kan vechten en dromen...' dichtte Anton Van Wilderode.

Ook vandaag zijn er jonge mensen die durven dromen :

‘Ik zou zo graag naar Afrika gaan met Artsen zonder grenzen...'

‘Ik zou zo graag ballet volgen en er mijn beroep van maken...'

‘Ik zou zo graag...'

Daar zit telkens materiaal in om van te leven : soms met heel veel idealisme, soms met heel veel fantasie, soms heel hoog gegrepen.

Dromen zijn broos, vandaag wellicht meer dan vroeger want zij moeten worden gerealiseerd in de wereld van volwassenen die alleen nog de taal van het geld verstaan. Zij moeten gerealiseerd worden tussen zoveel leeftijdsgenoten die geen dromen hebben, die leven bij het ogenblik, die hun leven consumeren, zich laten op sleeptouw nemen door een machtige ontspanningsindustrie.

Een droom is iets heel subtiel in het leven.

Je zou het leven kunnen vergelijken met een breiwerk : een eentonig aaneenrijgen van allemaal dezelfde dagen en nachten. Twee steken links, twee steken rechts. Blijkbaar heel monotoon, maar als het breiwerk een patroon heeft, een dessin, dan krijgt het vorm, dan heeft het een doel. Dan is het geen breiwerk meer, dan wordt het een trui om fier op te zijn.

Zo kan een droom het leven een vorm geven, er een lijn in steken. Dan wordt leven een verhaal waarin plaats is voor plichtsgevoel, voor trouw, voor verantwoordelijkheid.

Het leven is niet meer eentonig en alledaags als het de realisatie is van een droom.

De oude Simeon uit het evangelie blikt op zijn leven terug. Nu mag ik doodgaan, zegt hij, ik zal tevreden sterven. Hij had een droom en hij ziet die gerealiseerd. Zo helemaal anders dan die Mario die voor televisie zijn euthanasie aankondigt omdat het leven hem niets meer te bieden heeft dat hij de moeite waard vindt. ‘Doet ‘t licht maar uit' zegt hij.

Simeon zegt ‘ Het is goed geweest, Heer, Gij moogt er een punt achter zetten want ik heb het Licht gezien : een Kind dat een licht zal zijn voor de mensen van overal, voor de heidenen, voor de niet-joden, voor ons, voor de hele wereld. Een licht dat ons laat zien waar het op aan komt, dat ons leven een zin geeft. Het monotone breiwerk van onze levensdagen krijgt zijn uiteindelijke betekenis.

Er is geen levenseinde, wel een levensvervulling. Om dat Licht zijn onze voorouders zo gelukkig geweest dat zij er een feest van gemaakt hebben. Zij noemden het lichtmis en zij bakten pannenkoeken.